Hindoeisme

De grootste religie in India, het Hindoeïsme, wordt door ongeveer 80% van de bevolking beleden, dat zijn zo'n 500 miljoen mensen. Alleen in Nepal, en het Indonesische eiland Bali is deze religie evenzo de grootste, maar als we spreken over het totaal aantal aanhangers, dan is de Hindoe religie de allergrootste in Azië. Ondanks haar kleurvolle, en soms bijna Disneyland-achtige verschijning is het feitelijk een van de oudste nog bestaande religies met sterke wortels die verder teruggaan dan tot 1000 v.Chr.
In de Indus-vallei heeft zich al veel vroeger een religie ontwikkeld die op velerlei manieren een grote gelijkenis met het Hindoeïsme vertoonde; later heeft deze religie zich verder ontwikkeld door de gecombineerde religieuze praktijken van de zuidelijke Dravidianen en de Arische binnendringers die rondom 1500 v.Chr. in het noorden van India aankwamen.
In ongeveer 1000 BC werden de Vedische geschriften geïntroduceerd, waardoor de religie voor het eerst een soort van skelet kreeg. Het huidige Hindoeïsme kent een aantal heilige boeken, waaronder de `Bhagavad Gita' welke toegeschreven wordt aan Krishna, de `Mahabharata', de `Ramayana'; het verhaal van Rama, de `Vedas', de `Upanishads', en de `Puranas'.
De centrale aanname van het Hindoeïsme is dat we allemaal door een aantal hergeboorten of reïncarnaties gaan die uiteindelijk zullen leiden tot `moksha', het religieuze heil waardoor men bevrijd zal worden van deze cyclus van hergeboortes. Met iedere hergeboorte kan men verder weg of dichter bij deze uiteindelijke `moksha' komen; de beslissende factor in deze is je `karma', welke letterlijk een wet van oorzaak en gevolg is. Slechte daden in je leven hebben een slecht karma tot gevolg, waardoor je in een lagere incarnatie zal eindigen. Omgekeerd is het zo dat als je je goed gedraagt, dit een reïncarnatie op hoger niveau tot gevolg zal hebben, waardoor je een stap dichterbij de uiteindelijke verlossing van de wederkerige hergeboorten komt.
`Dharma', of de natuurlijke wet, bepaalt de gehele sociale, ethische, en spirituele harmonie in je leven. Er zijn drie categorieën van dharma. De eerste is de eeuwige harmonie welke betrekking heeft op het gehele universum. De tweede categorie wordt gevormd door de dharma die de kasten en haar onderlinge relaties controleert. De derde dharma heeft betrekking op de morele code die een individueel persoon in z'n leven moet volgen.
De Hindoe religie kent drie basis praktijken; de `puja' of aanbidding, de crematie van de doden, en de regels van het kastenstelsel. Er zijn vier hoofdkastes; de `Brahmin' of priesterkaste, de `Kshatriyas' of soldaten- en bestuurdersklasse, de `Vaisyas' ofwel de handelslieden en boerenklasse, en de `Sundras' ofwel de kaste van dienstbare werkers en ambachtslieden. Deze hoofdkastes zijn op hun beurt weer onderverdeeld in een aantal subdivisies. Geheel onder aan deze piramide staan de `Haryans' of de onaanraakbaren, een kasteloze klasse waarvoor men de meest nederige en ondergewaardeerde baantjes gereserveerd heeft.
Een reden waardoor veel westerlingen het Hindoeïsme vaak moeilijk kunnen begrijpen is dat deze religie zo'n breed pantheon van goden kent. In feite kun je naar al deze verschillende goden kijken alsof zij een verbeelding representeren van de vele eigenschappen van een enkele god.
Die ene alom aanwezige god kent gewoonlijk drie fysieke representaties. `Brahma, is de schepper, `Vishnu' is de conservator, en `Shiva' is de vernietiger en de wederopbouwer. Alle drie de goden worden gewoonlijk met vier armen afgebeeld, Brahma heeft daarentegen ook nog vier hoofden, dit om z'n alziende aanwezigheid te verbeelden. Verondersteld wordt dat de vier `Vedas' aan zijn monden ontsprongen zijn.
Iedere god heeft een bijbehorend dier, wat als voertuig dient waarmee hij of zij zich voortbeweegt, daarnaast heeft iedere god ook nog z'n eigen gevolg met bepaalde eigenschappen en vaardigheden. Over het algemeen wordt iedere god met een eigen symbool of voertuig afgebeeld, en kan je ze daaraan herkennen. Zo verkeert Brahma in het gevolg van `Sarasvati', de godin van het leren, deze rijdt op een witte zwaan, en bespeelt een snaarinstrument wat bekend staat als de `veena'.
Vishnu, de conservator, wordt meestal afgebeeld in een van de fysieke hoedanigheden in welke hij de aarde bezocht heeft. In het totaal heeft Vishnu negen bezoeken aan de aarde gebracht, en bij z'n volgende bezoek wordt hij verwacht als `Kalki', rijdend op een paard. Op zijn eerdere bezoeken verscheen hij in dierlijke vorm, geïncarneerd als zwijn of als mannetjes leeuw (Narsingh), maar op zijn zevende bezoek verscheen hij als `Rama', de ideale man, en de held van `Ramayana'. Rama is er ook in geslaagd om voor een aantal secundaire goden te zorgen, waaronder zijn hulpvolle bondgenoot `Hanuman', de aapgod. Hanuman's betrouwbare natuur wordt geïllustreerd aan het feit dat hij vaak afgebeeld wordt als bewaker van paleizen. Natuurlijke incarnaties hebben ook een gevolg; bijvoorbeeld `Sita', de vrouw van Rama.
Op zijn achtste bezoek kwam Vishnu als `Krishna', die bij de boeren groot gebracht werd, en zodoende een gunsteling werd van de werkende klasse. Krishna is vermaard vanwege z'n wapenfeiten met de herderinnen ofwel `gopis'. Zijn consorten zijn `Radha', het hoofd van de gopis, `Rukmani' en `Satyabhama'. Krishna wordt meestal in het blauw afgebeeld, en vaak speelt hij de fluit. Vishnu's laatste incarnatie was z'n negende bezoek toen hij terug kwam als `Boeddha. Dit was waarschijnlijk om de Boeddhistische splintergroep in de gelederen terug te brengen.
Als Vishnu als Vishnu verschijnt, in plaats van als een van z'n vele reïncarnaties, dan zit hij op een divan die gemaakt is van gekronkelde slangen en in zijn hand houdt hij twee symbolen, een schelp en een discus. Vishnu's voertuig is de half man en half adelaar die bekend staat als de Garuda. De Garuda is een goeddoener die een grote afkeer heeft van slangen. De nationale luchtvaartmaatschappij van Indonesië is ook na dit wezen genoemd. De schone Lakshmi is de gezel van Garuda, zij komt uit de zee en is de godin van rijkdom en voorspoed.
De creatieve rol van Shiva wordt fallisch gesymboliseerd door zijn afbeelding als de regelmatig aanbeden lingam. Shiva rijdt op de stier Nandi en van zijn verwarde haar wordt gezegd dat Ganga, de godin van de Ganges er in zit. Er wordt verondersteld dat Shiva in de Himalaya woont, en dat hij zijn tijd voornamelijk doorbrengt met het roken van geestesverruimende middelen. Hij heeft een derde oog in het midden van zijn voorhoofd en draagt een drietand. Shiva staat ook bekend als nataraja, de kosmische danser wiens dans de kosmos deed schudden waardoor vervolgens de wereld geschapen werd. Shiva's metgezel is Parvati, de beeldschone. Ze heeft echter ook een duistere zijde als ze als `Durga', de verschrikkelijke, verschijnt. In deze rol houdt ze een wapen in haar handen en berijdt ze een tijger. Als `Kali', de sterkste van de goden, vraagt ze offers en draagt ze een slinger van doodshoofden. Kali heeft meestal van doen met de destructieve kant van Shiva's persoonlijkheid.
Shiva en Parvati hebben twee kinderen. `Ganesh' is de olifanthoofdige god van voorspoed en wijsheid en is waarschijnlijk de meest populaire van alle goden. Ganesh heeft zijn olifantenhoofd te danken aan zijn vaders heethoofdige temperament. Toen deze terug kwam van een lange reis betrapte hij zijn vrouw Parvati in haar kamer met een jonge man. Er niet aan denkend dat zijn zoon gedurende zijn lange afwezigheid weleens heel erg gegroeid kon zijn hakte hij zonder enig pardon het hoofd af van deze vermeende minnaar. Parvati werd ziedend en dwong hem om hun zoon weer zo snel mogelijk weer tot leven te brengen. Shiva beloofde dat hij dit zou doen door hem het hoofd te geven van het eerste levende wezen wat hij zag. En dit bleek een olifant te zijn. Het voertuig van Ganesh is een rat. De andere zoon van Shiva en Parvati is `Kartikkaya', de god van de oorlog.
Een grote variëteit van mindere goden en godinnen bevolkt het toneel. De meeste tempels zijn toegewijd aan de ene of de andere god, maar vreemd genoeg zijn er slechts weinig Brahma tempels; misschien slechts maar twee of drie in heel India. De meeste hindoes verkondigen ofwel volgelingen van Vishnu; Vaishnavites, ofwel volgelingen van Shiva te zijn; Shaivites. En de koe is, natuurlijk, het heilige dier van het Hindoeïsme.
Het Hindoeïsme is een religie waar je niet toe bekeerd kunt worden, je bent een Hindoe, of je bent er geen. Evenzo kan je als je eenmaal een Hindoe bent niet van kaste veranderen; je bent er in geboren, en voor de rest van je leven zit je er aan vast. Niettemin oefent het Hindoeïsme een grote aantrekkingskracht uit op vele westerlingen, en zijn India's goeroes een veelvuldig en succesvol exportartikel.
Een `guru' is niet zozeer een leraar als wel een spirituele gids, iemand die door zijn voorbeeld, of simpelweg door zijn aanwezigheid laat zien wat voor pad je moet volgen. In het spirituele zoeken heeft men altijd een guru nodig. Een `sadhu' is een individu welke op een spirituele zoektocht is. Zij vormen een makkelijk te herkennen groep, gewoonlijk zwerven ze half naakt rond, met stof in hun haren, en een verwilderde baard. De Sadhus die Shiva volgen dragen soms zijn symbool, de drietand. Een sadhu is vaak iemand die tot de conclusie komt dat zijn familie- en zakenleven tot een natuurlijk einde zijn gekomen, en dat het tijd is geworden om alles terzijde te leggen en op een spirituele zoektocht uit te gaan. Het kan zijn dat hij voorheen een zakenman was, maar het kan ook zijn dat hij vroeger het beroep van postbode uitoefende. Sadhus laten diverse staaltjes van zelf kastijding zien, en ze zwerven overal in India rond, waarbij ze incidenteel bij elkaar komen in grote pelgrimages en andere religieuze bijeenkomsten. Vele sadhus zijn natuurlijk bedelaars die een meer geraffineerde aanpak volgen om aan de paises te komen, maar andere zijn geheel onvervalst in hun geestelijk zoeken.
Terug naar Geestelijk leven
