test
 

Jaïnisme

Jains

De Jaïn religie is gelijktijdig ontstaan met het Boeddhisme en vertoont er veel gelijkenis mee. Zij is 500 v.Chr. gegrondvest door Mahavira, de 24ste en laatste van de Jaïn profeten die bekend staan als `Tirthankars' of `vinders van het pad'. Er zijn ongeveer 4 miljoen aanhangers, deze bevinden zich overal in India, maar zijn voornamelijk in Rajasthan, Gujarat en Mumbai geconcentreerd. Veel Jaïns zijn commercieel succesvol, ze hebben een invloed die onevenredig groot is aan hun getal. Hun tempels zijn vaak bijzonder goed onderhouden.

De Jaïns geloven dat het universum oneindig is, en dat het niet gecreëerd is door een Godheid. Ze geloven ook in reïncarnatie, en het daarop volgende spirituele heil, ofwel de `moksha', die bereikt wordt door het volgen van het pad der Tirthankars. Een belangrijke factor in het zoektocht naar heil is `ahimsa' ofwel de achting voor al het leven en het voorkomen dat men enig letsel berokkend aan levende wezens. Vanwege dit geloof zijn de Jaïns strikte vegetariërs en sommige monniken bedekken hun mond met een stukje doek om zodoende te voorkomen dat zij per ongeluk een insect naar binnen krijgen.

De Jaïns kennen een strikte scheiding in twee sekten, de `Shevtambara' en de `Digambara'. De Digambara vormen de strengere tak en hun naam betekend letterlijk `luchtig gekleed', omdat ze soms als teken van hun verachting voor alle materiële zaken ontkleed door het leven gaan. De Digambaras zijn dan ook voornamelijk monniken die zich in hun naaktheid voornamelijk tot het leven binnen de kloostermuren beperken. Het beroemde `Sravanabelagola' heiligdom in Karnataka in Zuid-India is een Digambara tempel.

Jaïn tempels worden gekenmerkt door het grote aantal aan elkaar gelijke gebouwen die vaak op een plaats naast elkaar te vinden zijn. De tempels hebben vaak een veelheid aan kolommen, waarvan geen enkele aan een ander identiek is. De meest beroemde Jaïn tempel is die in Ranakpur.


Terug naar Geestelijk leven