De opkomst van religies

Twee grote religies, Boeddhisme en Hindoeïsme, zijn op het Indiase subcontinent ontstaan. De Hindoe religie is een van de oudste ter wereld. Zelfs de door priesters gedomineerde Indus Vallei beschaving vertoont veel gelijkenissen met het Hindoeïsme. Van de grote Hindoe boeken wordt gezegd dat ze allemaal aan historische gebeurtenissen refereren. De Vedas, die tussen 1500 en 1200 v.Chr. zijn geschreven, verhalen van de overwinning die Brahma over Indra, de god van de donder en de strijd, behaalde. Dit verwijst waarschijnlijk naar de herleving van het Brahmanisme (waaruit het Hindoeïsme zich ontwikkelde) volgend op de Ariaanse invasies.
Het Hindoeïsme heeft een reeks van neergangen en wedergeboortes ondergaan, de meest recentelijke gedurende de afgelopen eeuw, maar haar meest grote uitdaging kwam van India's andere grote religie, het Boeddhisme. Deze godsdienst werd het eerst geformuleerd rond 500 v.Chr., en genoot een spectaculaire groei toen keizer Ashoka haar in 262 v.Chr. omarmde. Het verloor echter het raakvlak met het volk, en kwijnde weg toen tussen 200 en 800 v.Chr. het Hindoeïsme zijn grote wedergeboorte ondervond.
India is ook de geboorteplaats van het Jaïnisme, een godsdienst die gelijk met het Boeddhisme ontstaan is en hier ook veel gelijkenissen mee vertoond. Het Jaïnisme heeft echter nooit navolging van betekenis buiten India gehad. De Sikhs zijn een meer recente creatie.
Zie ook: Geestelijk leven
