Een tussenperiode en de Gupta's

Na het ineenstorten van de bovengenoemde Mauryaanse rijken volgde de opkomst en ondergang van een veelheid aan rijken. De opvolgers van Alexanders koninkrijken in het noordoosten breidden hun macht uit tot in de Punjab, en dit ontwikkelde zich later tot het koninkrijk van Gandhara. In het zuidoosten en het oosten breidde de Andhras of Telugus vanuit het kuststreek hun macht uit tot in het binnenland. Tegelijkertijd werd het Mauryaanse rijk vervangen door dat van de Sunga's, die van 184 tot 70 v.Chr. regeerden. Gedurende deze periode werden veel Boeddhistische gebouwen gecompleteerd, en werd begonnen met de bouw van de grote grottempels in centraal India. Dit was de periode van het `kleine voertuig' of Hinayana Boeddhisme, in welke het niet toegestaan is Boeddha direct af te beelden, maar er op hem gezinspeeld kon worden door symbolen zoals stupa's, voetafdrukken, bomen of olifanten. Alhoewel deze vorm van Boeddhisme waarschijnlijk voortleefde tot 400 AD, werd zij al vanaf 100 AD verdrongen door het `grote voertuig' of Mahayana Boeddhisme.
In 319 AD werd door Chandragupta II het Gupta rijk gesticht, waarvan de eerste periode bekend staat als de Keizerlijke Gupta`s. Zijn opvolgers breidde hun macht uit over noordelijk India, eerst vanuit Patna, en later vanuit andere hoofdsteden in noord India, zoals Ayodhya. De keizerlijke Gupta's maakten plaats voor de latere Gupta's in 455 AD, en deze Gupta periode duurde tot 606 AD. De kunsten floreerden gedurende deze periode, vooral in plaatsen zoals Ajanta, Ellora, Sanchi, en Sarnath. Ook de dichtkunst en de literatuur beleefden hun gouden eeuw. Aan het einde van de Gupta periode begonnen zowel Boeddhisme als Jaïnisme sterk aan invloed te verliezen, en het Hindoeïsme begon eens te meer sterk te herleven.
De invasie van de Witte Hunnen betekende het einde van dit historische tijdperk, alhoewel de Hunnen eerst nog verdreven werden door de Gupta's. Al eerder hadden deze Hunnen de Gandhara's vanuit de noordoostelijke richting dicht bij Peshawar verjaagd naar Kashmir. Noord-India verbrokkelde in een aantal afzonderlijke Hindoe koninkrijken en werd pas weer een eenheid onder de komst van de Moslims.
