test
 

Ondertussen in het Zuiden

Ramayana

Het is altijd al kenmerkend geweest voor de geschiedenis van India dat gebeurtenissen in het ene gedeelte van het land niet noodzakelijkerwijs hun invloed hebben op die in het andere gedeelte van het land. De opkomst en ondergang van de koninkrijken in het noorden van het land hadden over het algemeen geen invloed op, of relatie met de rijken in het zuiden.

Terwijl Boeddhisme, en in mindere mate Jaïnisme, het Hindoeïsme verdrongen in noordelijk en centraal India, beleefde het Hindoeïsme in het zuiden een onbelemmerde voortgang.

Het zuidelijke welvaren was gebaseerd op haar van oudsher gevestigde handelsrelaties met andere beschavingen. Het waren zowel de Egyptenaren als de Romeinen die overzeese handel dreven met het zuiden van India, en later werden sterke banden gevormd met Zuid-Oost Azië. Voor een bepaalde tijd floreerden Boeddhisme en Hindoeïsme op de Indonesische eilanden, en de mensen uit die regio keken op tegen India als ware het hun culturele mentor. Zo wordt de `Ramayana', een van de meest beroemde Hindoe heldendichten, dan ook in de verschillende landen van Zuidoost Azië op zeer gevarieerde wijzen vertolkt. Daarnaast kwamen er ook invloeden van buiten naar het zuiden van India. Zo gaat het verhaal dat in 52 AD de Apostel Thomas arriveerde in Kerala, en tot vandaag aan toe is er een sterk christelijke invloed in dit gebied.

Onder de grote rijken die opkwamen in het zuiden bevonden zich de Cholas, Pandyas, Cheras, Chalukyas en de Pallavas. De Chalukyas regeerden voornamelijk over het plateau van Decca in centraal India, slechts soms reikte hun macht verder noordwaarts. Met de hoofdstad in Badami in Karnataka, heersten ze van 550 tot 753 AD totdat ze verslagen werden door de Rashtrakutas. Vervolgens kwamen ze in 972 weer op en zetten ze hun heerschappij voort tot 1190. Verder zuidelijk brachten de Pallava's hun overdadige bijna barokke Dravidiaanse architectuur voort. Zij brachten de Indiase cultuur naar Java, Thailand, en naar Cambodja.

In 850 AD kwamen de Cholas aan de macht, en zij verdrongen geleidelijk aan de Pallavas. Aan de tempel in Tanjore is nog te zien dat ook deze Cholas grote bouwers waren. Ze deden pogingen tot overzeese overheersing door aanvallen op Ceylon, en een langdurige oorlog met het op Sumatra gevestigde Srivijaya rijk. Bij tijd en wijle oefenden ze de feitelijke controle uit op gedeeltes van Sumatra en over het Maleisische schiereiland.


-> De eerste Moslim-invasies / Overzicht geschiedenis