test
 

De eerste Moslim-invasies

Mahmud van Ghazni

Terwijl in het zuiden de Hindoe rijken heersten, en in het noorden het Boeddhisme opkwam en onderging, kroop de Moslim macht vanuit het Midden-Oosten in de richting van India. In 622 AD vluchtte Mohammed van Mekka naar Medina, om vervolgens in 630 AD Mekka weer binnen te marcheren, en hiermee de snelle en verreikende expansie ven de Islam in te luiden. Nog geen eeuw later vielen de Arabieren, met de Koran in hun ene hand, en het zwaard in de andere, de regio's van de Invasies en van Gujarat binnen.

De Moslim macht deed zich zelf sterk voelen op het subcontinent met de door Mahmud van Ghazni gepleegde veroveringen. Heden ten dage is Ghazni niet meer dan een slodderig klein dorpje wat tussen het Afghaanse Kabul en Kandahar in ligt. Maar vanaf 1001 leidde Mahmud hier op vrijwel jaarlijkse basis zijn `heilige oorlogen'. Zijn leger streek neer in India om daar ongelovige tempels te vernietigen, en alles van waarde mee te nemen. In 1033, na zijn dood, werd Varanasi door een van zijn opvolgers ingenomen. In 1038 werd Ghazni echter door de oostwaarts expanderende Seljuk Turken veroverd, en dit maakte een einde aan de aanvallen op India.

Deze vroege bezoeken aan India waren niet veel meer dan een vorm van banditisme, en het zou nog tot 1192 duren dat de Moslims zich op een meer permanentere basis zouden vestigen. In dat jaar viel Mohammed van Ghori, wiens macht zich over Punjab had uitgebreid, India binnen en nam hij Ajmer in. In 1193 nam zijn generaal Qutb-ud-din achtereenvolgens Delhi en Varanasi, en nadat Mohammed van Ghori in 1206 vermoord was, werd deze generaal de eerste van de Sultans van Delhi. Binnen 20 jaar beheersten deze Sultans de hele Ganges laagvlakte, er zat echter weinig continuïteit in hun heerschappij, want bij iedere nieuwe heerser groeide of slonk het rijk overeenkomstig de persoonlijke kwaliteiten van de heerser in kwestie.

In 1297 breidde Ala-ud-din Khilji de grenzen van dit rijk verder zuidwaarts uit tot in Gujarat, zijn generaal brak nog verder in het zuiden door, maar was niet in staat dit gebied voor langere tijd vast te houden. In 1338 besliste Mohammed Tughlaq om zijn hoofdstad zuidelijk van Delhi naar Daulatabad, in de buurt van Aurangabad in Maharashtra, te vestigen, maar nadat bijna de gehele bevolking naar het zuiden gemarcheerd was zag hij zich uiteindelijk genoodzaakt om weer naar het noorden terug te keren. Kort daarop, kwam het Bahmani koninkrijk hier op, en trok het Delhi Sultenaat zich verder terug naar het noorden, hier werd het nog verder verzwakt toen Timur in 1398 vanuit Samarkand een vernietigende aanval pleegde op India. Vanaf die tijd valt een sterke inkrimping te zien van dit Moslim koninkrijk, totdat het uiteindelijk definitief verdrongen wordt door een ander Moslim rijk, dat van de almachtige Mogols.


-> Ondertussen in het Zuiden (wederom) / Overzicht geschiedenis