De Mogols

De Mogol keizers kunnen in hun grootheid alleen vergeleken worden met een figuur zoals Ashoka. Zij hebben India in een volgende gouden eeuw binnen geleid, en de omvang van het gebied wat zij beheersten is alleen overtroffen door Ashoka en de latere Britse overheersers. Er ging slechts zeer korte tijd overheen voordat ze aan de macht kwamen, maar ze raakten hun macht ook weer even snel kwijt; er waren slechts zes grote Mogols. Degenen die na Aurangzeb kwamen waren slechts keizer in naam.
De Mogols deden meer dan simpelweg regeren; ze hadden een grote passie voor bouwwerken, een resultaat hiervan was onder meer de door Shah Jahan gebouwde Tai Mahal, welke doorgaat als een van de zeven wereldwonderen. Kunst en literatuur beleefden ook een grote bloei onder de Mogols, de praal en pracht van hun hof deed veel vroeg Europese bezoekers verbaasd staan.
De zes grote Mogols waren:
| Babur | 1527-1530 |
| Humayun | 1530-1556 |
| Akbar | 1556-1605 |
| Jehangir | 1605-1627 |
| Shah Jahan | 1627-1658 |
| Aurangzeb | 1658-1707 |
Babur, een nakomeling van zowel Timur als de Genghis Khan marcheerde vanuit z'n hoofdstad Kabul in Afghanistan de Punjab binnen en versloeg de sultan van Delhi bij Panipat. Dit aanvankelijke succes maakte nog geen definitief einde aan alle oppositie, zo kwam in 1540 het Mogol rijk tot een abrupt einde toen Sher Shah Humayun, de tweede grote Mogol, versloeg.
Deze Humayun moest voor 15 jaar in ballingschap leven tot dat hij weer terug kwam en zijn troon herwon. Tegen het jaar 1560 had zijn zoon en opvolger, Akbar, die al op 14-jarige leeftijd aan de macht kwam, alweer de gehele en effectieve controle over zijn rijk herwonnen.
Akbar was waarschijnlijk de grootste van de Mogol heersers, hij had niet alleen de militaire capaciteiten die een machthebber uit die tijd moest hebben, maar hij was ook een man van cultuur en wijsheid, met een gevoel voor rechtvaardigheid. In tegenstelling tot eerdere Moslim heersers zag hij in dat het aantal Hindoes te groot was om ze simpelweg onder de duim te houden. In plaats hiervan ging hij over tot een politiek van integratie, en maakte hij in zijn bestuur veel gebruik van Hindoe officials en generaals. Hij had een diepgaande interesse voor allerlei soorten religies, en na discussies met vertegenwoordigers van een velerlei richtingen, waaronder ook het Christendom, kwam hij uiteindelijk tot het formuleren van een religie die de beste elementen van alle anderen in zich verenigde.
Jehangir volgde Akbar op en een groot gedeelte van zijn heerschappij stond in het teken van zijn liefde voor Kashmir, hij stierf hier ook terwijl hij hier op reis was. Zijn tombe bevindt zich in Lahore, in Pakistan.
Shah Jahan toonde daarentegen meer genegenheid tot Agra en Delhi, het was gedurende zijn regeerperiode dat de bouwwerken die ons nu nog herinneren aan de roemrijke Mogol heerschappij tot stand kwamen. Een van zijn vele scheppingen was de beroemde Taj Mahal. Veel historici zijn de mening toegedaan dat zijn grootheidswaanzin op dit gebied mede geleid heeft tot zijn ondergang, en dat de reden waarom zijn zoon Aurangzeb hem heeft afgezet, er mede in is gelegen dat hij hiermee een einde wilde maken aan deze architecturale extravaganties van zijn vader.
Aurangzeb was de laatste van de grote Mogols, en alhoewel onder zijn heerschappij het rijk zijn grootste omvang kreeg, was hij tevens verantwoordelijk voor de ondergang van datzelfde rijk, omdat hij de grondregels die zo succesvol door Akhbar gevestigd waren veronachtzaamde. Akhbar had zijn flair voor grootsheid en pracht en praal gecombineerd met een gevoel voor rechtvaardigheid, hij kon z'n Hindoe onderdanen aan zijn zijde houden door ze op te nemen in het bestuur, en door respect te tonen voor hun geloof.
In tegenstelling tot Akhbar was Aurangzeb een vrek en godsdienstige fanaat. Zijn geloof in de Islam was zo streng, eenvoudig en puriteins, dat hij veel onderdanen van zich vervreemdde, en dat hij van doen kreeg met opstanden van alle kanten. In veel gedeeltes van India staan moskeeën die gebouwd zijn op de fundamenten van tempels die hij vanuit z'n godsdienstwaanzin vernietigd had.
Met zijn dood in 1707 kwam het tot een snelle desintegratie van het Mogol rijk. Tot aan de tijd van de `muiterij', toen de Britten de laatste Mogol keizer in verbanning deden, en zijn zoons executeerden, bleven er `Mogol keizers' bestaan, maar dit was alleen maar in naam zo, want veel feitelijke macht hadden ze niet. In scherp contrast tot de magnifieke tombes van zijn Mogol voorgangers heeft Aurangzeb's tombe in Rauza, vlakbij Aurangabad, slechts een zeer eenvoudig voorkomen.
De kleinere rijkjes die op het Mogol rijk volgden hadden soms een langere bestaansduur. Het onderkoninkrijk in Hyderabad werd zo een van de door de Britten getolereerde prinselijke staatjes die tot aan de onafhankelijkheid bleven voortbestaan. De Nawabs van Oudh, in noord India, voerden een meedo¬genloze, excentrieke en brallerige heerschappij totdat zij in 1854 door de Britten verdreven werden. Een eeuw eerder, kwam het in Bengalen tot een felle strijd tussen de Mogols en de Britten, met de slag van Plassey kwam de Britse heerschappij tot een einde.
