De Marathas

De Mogol macht werd niet simpelweg vervangen door een andere grotere macht. Het viel ten gevolge van een aantal factoren uiteen in een aantal rijkjes onder meerdere heersers. Niet de minste van deze waren de Marathas. Gedurende de Moslim periode in het noorden van India waren er nog steeds sterke Hindoe machten, waaronder de Rajputs de meest bekende waren. Deze Rajputs, die hun centrum in Rajistan hadden, vormden een soort van strijderskaste, een ras van ridderlijke prinsen wiens plaats in de Indiase geschiedenis te vergelijken valt met die van de hoffelijke ridders in Engeland. De Rajputs sloegen iedere voet die India probeerde binnen te wandelen van zich af, maar ze waren op geen enkele manier georganiseerd of verenigd; als ze niet tegen buitenlandse onderdrukking streden dan vochten ze wel tegen elkaar. Gedurende de Mogol era bestonden de beste militaire krachten uit het keizerlijk leger voor een gedeelte uit Rajputs.
De Marathas werden een factor van belang onder Shivaji, die zijn vaders koninkrijk overnam, en tussen 1646 en 1680 over geheel centraal India een aantal roemrijke wapenfeiten pleegde. Nu nog steeds worden er verhalen verteld over zijn strijd, door rondreizende vertellers in kleine Indiase dorpjes. Vooral in Maharashtra komt hem bijzondere verering toe omdat hier zijn belangrijkste wapenfeiten plaats vonden. Hij wordt echter ook geëerbiedigd vanwege twee andere zaken: Als een tot een lagere kaste behorende Sundra liet hij zien dat grote leiders geen Brahmins hoeven te zijn, en hij gaf blijk van grote vaardigheden in z'n strijd tegen de Mogols. Een keer was hij gevangen genomen door de Mogolen die hem meenamen naar Agra, maar hij zag kans om te ontsnappen en zijn avonturen voort te zetten. Shivaji's zoon werd door Aurangzeb gevangen genomen en geëxecuteerd, zijn kleinzoon was minder heldhaftig, maar het Maratha rijk werd voort gezet onder de Peshwas, een soort erfelijke regeringsministers die de eigenlijke heersers werden.
Langzamerhand namen ze meer en meer over van de verzwakkende Mogol machten, eerst door ze van troepen te voorzien, later door de feitelijke controle over het Mogols land te nemen. Toen Nadir Shah uit Perzië in 1739 Delhi plunderde, werden de Mogols nog verder verzwakt. De expanderende Maratha macht kwam echter in 1761 in Panipat tot een abrupt einde. Het was in deze plaats waar Bapur 200 jaar geleden de beslissende slag won die leidde tot de vestiging van het Mogol rijk, maar nu werd de Marathas hier verslagen door Ahmad Shah Durani uit Afghanistan.
Terwijl hun expansie naar het westen hiermee werd gestopt, konden ze er echter nog wel voor zorgen dat ze hun controle over centraal India, en over hun gebied dat bekend stond als Malwa Soon consolideerden. Al snel zouden ze echter bezwijken voor de Britten, die uiteindelijk de grote Indiase rijksmacht zouden vormen.
