test
 

Expansie van Britse macht

De Britten waren noch de eerstkomende, noch de laatst vertrekkende macht in India, het was Portugal wat deze eer toekwam. In 1498 arriveerde Vasco da Gama op de kust van het hedendaagse Kerala, nadat hij rondom het Afrikaanse Kaap de Goede Hoop gevaren was. Doordat hij deze route ontdekte kregen de Portugezen voor een eeuw het ononderbroken monopolie over de Europese handel met India. In 1510 werd Goa door de Portugezen bezet, ze zouden de controle over deze enclave behouden tot aan hun vertrek in 1961, 14 jaar nadat de Britten uit India waren vertrokken.

In 1612 vestigden de Britten zich voor het eerst permanent in India toen ze in Surat, bij Gujarat een handelspost opgericht hadden. In een charter van 1600 gaf Koningin Elisabeth het monopolie van de Britse handel op India aan een Londense handelsmaatschappij. Voor de komende 250 jaar werd de Britse macht niet door de regering uitgeoefend, maar door de British East India Company die zich uit dit aanvankelijke charter ontwikkelde. Er werden Britse handelsposten gevestigd in Madras (1640), in Bombay (1668), en in Calcutta (1690). De Britten en de Portugezen waren niet de enige Europese machten in India. De Nederlanders hadden ook handelsposten in India, en de Fransen vestigden zich in 1672 in Pondicherry, een enclave die ze, net zoals de Portugezen in Goa, zouden behouden tot na het vertrek van de Britten.

De 18e eeuwse Anglo-Franse vijandschap strekte zich uit tot in India, in 1746 namen de Fransen Madras in, ze zouden het pas in 1749 weer aan de Britten terug geven. In de volgen-de jaren waren er veel intriges tussen de imperiale machten. Als de Britten in een strijd verwikkeld waren met een lokale machthebber, konden ze er zeker van zijn dat deze door de Fransen gesteund werd met wapens, mankracht of expertise. in 1756 viel de Nawab van Bengalen, Suraj-ud-daula, Calcutta aan, hij maakte de Britten ziedend met het `black hole of Calcutta' incident. Een jaar later werd Calcutta echter weer ingenomen door Robert Clive, in de Slag van Plassey versloeg hij Suraj-ud-daula en zijn Franse begunstigers, dit betekende niet alleen een uitbreiding van de Britse macht, maar was ook een inperking van de Franse invloed.

India was in deze tijd onderhevig aan voortdurende veranderingen, dit was voornamelijk te wijten aan het door de desintegratie van het Mogol rijk veroorzaakte machtsvacuüm. De Marathas waren de enige Indiase macht die in dit gat konden stappen, zij vormden echter geen eenheid, maar waren veeleer een groep van locale koninkrijken die soms niet en soms wel samenwerkten. In het zuiden waar de Mogol invloed nooit erg groot geweest was werd het beeld vertroebeld door de Anglo-Franse rivaliteiten waarbij de ene locale heerser constant tegen de andere uitgespeeld werd.
Dit kwam vooral naar voren in de Mysore Oorlogen, met de Britse macht irriterende Tipu Sultan. In de vierde Mysore oorlog van 1789-99 werd Tipu gedood bij Srirangapatnam, de Britse macht deed een stap naar voren, en de Franse macht moest een stap naar achteren doen. De langdurige Britse strijd met de Marathas kwam in 1803 tot een einde. Alleen de Punjab viel toen nog buiten Britse controle; dat kwam echter in 1849 na twee Sikh oorlogen ook onder Britse heerschappij. De Britten versloegen ook de Nepalezen, en annexeerden Burma.


-> Opkomst en ondergang van Brits India / Overzicht geschiedenis