Opkomst en ondergang van Brits India

In de vroege 19 de eeuw hadden de Britten hun effectieve controle over India gevestigd. Deze overname was gedeeltelijk te danken aan het machtsvacuüm wat ontstaan was na het wegvallen van de Mogol macht. De regels die Akhbar zo succesvol gevestigd had in de tweede helft van de 16 de eeuw lieten de Britten echter intact. Voor de Britten was India in de eerste plaats een plek om geld te maken, de Indiase cultuur, het geloof, en de gewoontes daar bemoeiden ze zich dan ook niet mee. Er wordt dan ook wel gezegd dat het de Britten geen ene moer kon schelen wat voor een geloof een Indiër had, zolang hij maar een goede kop thee kon zetten. Daarnaast hadden de Britten een gedisciplineerd en efficiënt leger, en geslepen politieke adviseurs. Ze volgden een succesvolle verdeel en heers politiek, en sloten eenzijdige verdragen af, die hun het recht gaven om in de zaken van locale staten in te grijpen indien zij inefficiënt geregeerd werden; wat onder het begrip `inefficiënt' verstaan moest worden werd in deze eenzijdig door de Britten bepaald.
Zelfs onder de Britten bleef India een lappendeken van afzonderlijke staatjes, vele van hun in naam onafhankelijk, maar feitelijk onder sterke Britse invloed. Deze politiek van het handhaven van `prinselijke staatjes', bestuurd door de Maharajas, Nawabs of wie dan ook, werd voort gezet tot aan de onafhankelijkheid, en veroorzaakte een groot aantal problemen gedurende die tijd. De Britse belangen bij handel en winst resulteerden in een expansie van ijzer- en kolenmijnen; de ontwikkeling van thee-, koffie-, en katoenplantages; de constructie van wat nu de basis is van India's uitgebreide spoorwegnetwerk; de aanvang van irrigatieprojecten die vandaag de dag de landbouw gerevolutionaliseerd hebben; en andere belangrijke en waardevolle ontwikkelingen.
In de sfeer van wetten en bestuur heeft Engeland een goed ontwikkeld en soepel functionerend regerings- en ambtenarenapparaat aan India gegeven. De vreeswekkende liefde voor de bureaucratie die India wat dit betreft van Engeland overgeërfd heeft mag hier een nadeel van zijn, maar overal bereikte het land onafhankelijkheid met een beter georganiseerde, meer efficiënte, en minder corrupt bestuurlijk systeem dan de meeste andere ex-koloniale landen.
Engeland heeft echter ook een aantal minder hulpvolle stappen in India ondernomen. Goedkope textiel van haar nieuwe fabrieksindustrie stroomde India binnen, en verminkte de locale Indiase katoenindustrie. Aan de ene kant maakten de Britten de `sati', de praktijk om de echtgenote toe te voegen aan de begrafenisbrandstapel van haar man, onwettig. Aan de andere kant bemoedigden ze echter het systeem van de `zamindars', deze afwezige landheren vereenvoudigden de last van bestuur en belastinginning voor de Britten, maar droegen bij tot een verarmde en landloze boerenstand in veel gedeeltes van India, iets wat vandaag de dag in Bihar en West Bengalen nog steeds een chronisch probleem is. De Britten hebben er ook voor gezorgd dat het Engels de locale bestuurstaal werd, in het India met zoveel verschillende talen vervuld het Engels nog steeds gedeeltelijk een functie voor communicatie op nationale schaal. Desalniettemin hielden de Britten zich tot op zekere hoogte altijd op een `armslengte' van de Indiërs.
In 1857, in minder dan een halve eeuw nadat de Britten stevige controle over India gevestigd hadden kreeg dit land een serieuze terugval. Tot op vandaag de dag zijn de oorzaken van de `Indian Mutiny' moeilijk te ontwarren, er is veel onenigheid over de vraag of het wel de `War of Independence' was zoals veel Indiërs het zien, of dat het gewoonweg een muiterij was. De oorzaken waren onder andere de teloorgang van het bestuur en andere meer specifieke zaken. Het afzetten van locale heersers, hoe inefficiënt en onpopulair ze ook geweest zijn, bleek in veel gebieden een ontbrandingspunt te zijn, maar de voornaamste oorzaak was, geloof het of niet, gelegen in de invoering van een nieuw type kogel. Een gerucht, wat mogelijkerwijs waarheid bevat heeft, deed uitlekken dat de nieuwe kogel die gebruikt zou worden in het leger, waarvan veel soldaten moslims waren, gesmeerd was met varkensvet. Er ontwikkelde zich een gelijkend gerucht dat de kogels eigenlijk met koeievet ingesmeerd waren. Varkens zijn, natuurlijk, onzuiver voor Moslims, en koeien, zijn heilige dieren voor Hindoes.
De Britten waren erg traag in het ontkennen van deze geruchten, en nog trager in het aantonen van de onwaarheid ervan, of in het veranderen van de situatie. Het resultaat was een weinig gecoördineerde muiterij van de Indiase bataljons van het Bengaalse leger. Van de 74 bataljons bleven er 7 loyaal (waarvan er een bestond uit Gurka's), 20 werden er ontwapend, 47 gingen aan het muiten. De muiterij brak het eerst uit in Meerut, dichtbij Delhi, en verspreidde zich al snel door noordelijk India. Aan beide zijden vonden bloedbaden en voorvallen van zinloze wreedheid plaats. Het was een tijd van veldslagen, beslissende overwinningen, en langdurige strijd, maar uiteindelijk stierf de muiterij eerder uit dan dat er een duidelijk einde aan gemaakt werd. De strijd bleef beperkt tot het noorden van India, en alhoewel er briljante self-made leiders aan de Indiase zijde streden was er nimmer sprake van enige duidelijke coördinatie met een gezamenlijk doel.
De Britse regering maakte twee stappen die doorslaggevend waren voor de beëindiging van de muiterij. Ten eerste namen ze de verstandige beslissing om geen zondebokken de zoeken, en niet over te gaan tot wraak van officiële zijde, alhoewel wraak en plundering op inofficieel niveau zeker wel plaats gevonden moet hebben. Ten tweede werd de British East India Company opgeheven, en werd het bestuur van het land over gedaan aan de Britse regering. Het einde van de eeuw vormde het hoogtepunt van het Engelse wereldrijk in welke de zon nooit onder ging, en waar India een van de meest fonkelende sterren was. Twee aan elkaar parallel lopende ontwikkelingen gedurende het laatste gedeelte van de 19 de eeuw hebben geleidelijk aan de weg geëffend voor het onafhankelijke India van tegenwoordig. Het eerste was dat de Britten geleidelijk aan hun macht overhandigden, en meer Indiërs in het beslissingsproces betrokken. Democratische systemen werden in India geïmplementeerd, alhoewel de Engelsen de algehele controle behielden. In de ambtenarij werden steeds meer hogere posten open gesteld voor Indiërs in plaats van automatisch toegewezen te worden aan koloniale bestuurders.
Tegelijkertijd onderging het Hindoeïsme een algehele wederopstanding en hernieuwing. Het Hindoeïsme is een van 's werelds oudste religies, maar al heel vroeg schrompelde het ineen bij de opkomst van het Boeddhisme, en faalde het om massale steun te behouden. Eens te meer werd nu gerealiseerd dat men het contact met de massa's verloren had, en dat een grondige hervorming een vereiste was om af te komen van de rol als religie slechts voor priesters en hogere kaste Brahmins. Hervormers als Ram Mohan Roy, Ramakrishna, en Swami Vivekananda drukte overweldigende veranderingen in de Hindoe samenleving door, en plaveiden de weg voor het eigentijdse Hindoe geloof, wat bewezen heeft tevens een grote aantrekkingskracht te hebben op de moderne westerse samenleving.
Rondom de eeuwwisseling nam de oppositie tegen de Britse heerschappij een nieuwe wending aan. Het `Congress' wat door de Engelsen gevestigd was om de Indiërs een bepaalde mate van zelfbestuur te geven begon nu werkelijke zeggenschap te eisen.
Buiten het Congress begonnen meer heet-bloedige individuen de nadruk te leggen op gewelddadige middelen die tot onafhankelijkheid moesten leiden. Uiteindelijk stippelden de Britten een pad tot onafhankelijkheid uit wat gelijk liep aan dat wat in Australië en Canada bewandeld werd. De Eerste Wereldoorlog gooide echter roet in het eten, en de gebeurtenissen in Turkije, een Moslim land, zorgde ervoor dat veel Indiase Moslims van Engeland vervreemd raakten. Na de oorlog was het ernst met de strijd, en haar leider was Mahatma Gandhi.
