Onafhankelijkheid

Na de Tweede Wereldoorlog was het koloniale tijdperk tot een einde gekomen, het was duidelijk dat de onafhankelijkheid voor India er aan zat te komen, het was alleen nog de grote vraag hoe dit moest gebeuren. De weigering van het Congress om met de Moslim League te onderhandelen zorgde ervoor dat deze laatste van de weeromstuit een onafhankelijke Moslim staat ging eisen, het toekomstige Pakistan zou uit India losgesneden moeten worden. Het abrupte einde van de Tweede Wereldoorlog met het bombardement op Japan, en de overwinning van de Labour Party in de Britse verkiezingen, noodzaakten de Britten tot het vinden van een snelle oplossing voor het Indiase probleem.
De verkiezingsuitslagen in India zelf gaven een voor de hand liggend beeld te zien; het land was gespleten op puur religieuze gronden, aan de ene kant de Moslim League, geleid door Mohammad Ali Jinnah, die de overweldigende meerderheid van de moslims vertegenwoordigde, en aan de andere kant de Congres Partij, geleid door Jawaharlal Nehru, die leiding gaf aan de Hindoe bevolking. Mahatma Gandhi bleef een vaderfiguur voor het Congres, hij had geen officiële functie, en zijn politieke invloed was ook aan het verminderen.
`Een verdeeld India, of anders een vernietigd India', was Jinnah's slogan. Dit directe conflict met het verlangen van het Congres naar een onafhankelijk groter-India was het grootste blok aan het been voor de Britse verlening van onafhanke¬lijkheid, met iedere voorbijgaande dag nam de dreiging van onderlinge strijd en bloedvergieten gestaag toe. In het begin van 1946 faalde een Britse missie om de twee partijen bij elkaar te brengen, het land schoof in toenemende mate in de richting van een burgeroorlog. Een zogeheten `Direct Action Day', waartoe in Augustus 1946 door de Moslim League werd opgeroepen, leidde tot de afslachting van Hindoes in Calcutta, met daaropvolgende vergeldingsmaatregelen tegen Moslims. Pogingen om de beide partijen tot rede te brengen hadden geen enkel resultaat, en in februari 1947 maakten de Britten een zeer gewichtige beslissing. De toenmalige onderkoning, Lord Wavell, werd vervangen door Lord Louis Mountbatten, en in juni 1948 zou de onafhankelijkheid er aan komen.
De Punjab regio in noordelijk India was alreeds in een chaotische staat, en de Bengaalse regio in het oosten zat hier ook niet ver vanaf. De nieuwe onderkoning deed een laatste poging om de rivaliserende facties ervan te overtuigen dat een verenigd India een zinvollere oplossing zou zijn, maar zij, en Jinnah in het bijzonder, bleven onveranderlijk en met schoor¬voetend werd door de Britten uiteindelijk de beslissing genomen om het land te verdelen. Alleen Gandhi verzette zich ferm tegen deze beslissing, hij prefereerde de mogelijkheid van een burgeroorlog boven de chaos die door de deling veroorzaakt zou worden.
Zoals in veel andere gedeelten van de wereld al gebleken was, bleek het een onmogelijke taak om het land in tweeën te verdelen. Alhoewel sommige gebieden een duidelijke Hindoe of Moslim bevolking hadden, waren er andere gebieden die een gelijkelijk gemengde bevolking hadden, of als geïsoleerde Moslim `eilandjes' omringd werden door Hindoe regio's.
De complete onmogelijkheid om alle Hindoes van de Moslims te scheiden wordt geïllustreerd door het feit dat na de deling India nog steeds het drie na grootste Moslimland van de wereld was, en hierin alleen overtroffen werd door Indonesië en Pakistan. Zelfs vandaag de dag heeft India nog steeds een grotere Moslim bevolking dan de Arabische landen of dan Turkije of Iran.
Erger nog, was dat de twee regio's waar de Moslims in de meerderheid waren, aan precies de tegenovergestelde kant van het land waren gelegen; Pakistan zou onoverkomelijk uit een oostelijke en een westelijke helft bestaan, welke gescheiden zouden worden door een vijandelijk India. De instabiliteit van deze regeling was overduidelijk, maar het zou nog 25 jaar duren voordat de voorbeschikte deling tot stand zou komen, en oostelijk Pakistan Bangladesh zou worden.
Andere problemen zouden pas na de feitelijke onafhankelijkheid het daglicht zien; zo had Pakistan een pijnlijk tekort aan ambtenaren, een beroepsgroep waar India zo rijkelijk van voorzien was. Ook andere beroepen, zoals dat van de geldle¬ners, werden voornamelijk door Hindoes gepraktiseerd. De onfortuinlijke onaanraakbaren deden hun werk niet alleen voor de tot de hogere kasten behorende Hindoe broeders, maar ook voor de Moslims.
Mountbatten besloot om in een onverbiddelijk tempo de weg tot onafhankelijkheid te volgen, en verkondigde 14 augustus 1947 als de historische dag. Sindsdien hebben historici zich herhaaldelijk afgevraagd of het bloedvergieten niet juist verergerd is doordat de ongeduldige en egoïstische Mountbatten tot zo'n haastig proces besloten had.
Toen de stap om het land te delen eenmaal plaats gevonden had, moesten er ontelbare bestuurlijke beslissingen genomen worden, de belangrijkste hiervan was de eigenlijke locatie van de scheidingslijn. Een lokaal toegewezen scheidingslijn zou van beide zijden bezwaren oproepen, zodoende werd de ondankbare taak om een lijn te trekken opgedragen aan een onafhanke¬lijke Britse scheidsrechter, dit in de voorwetenschap dat de effecten desastreus zouden zijn voor ontelbaar veel mensen. De moeilijkste beslissingen moesten in Bengalen en in de Punjab genomen worden. Het was Calcutta met haar Hindoe meerderheid, met haar havenfaciliteiten en haar jute molens, welke gescheiden werd van Oost Bengalen. Terwijl de laatste met een Moslim meerderheid, en jute produktie als voornaamste industrie, daarentegen geen enkele jute molen, en geen enkele geschikte haven voor de export van dit produkt bezat.
Het probleem was nog veel erger in de Punjab waar de locale tegenstellingen al reeds tot koortshoogte gestegen waren. Deze rijke en zeer vruchtbare regio, had grote percentages Moslims (55%), en Hindoes (30%), maar ook een aanzienlijk aantal van India's militante Sikhs. Hier waren alle ingrediënten te vinden voor rampspoed en ellende. Met de verkondiging van de scheidslijn, slechts enige dagen na de onafhankelijkheid, brak het bloedvergieten uit, en het bleek erger te zijn dan men verwacht had. Grootse bevolkingsuitwisselingen vonden plaats, waarbij Moslims uit India naar Pakistan, en Hindoes uit Pakistan naar India emigreerden. In de Punjab was de scheidingslijn getrokken tussen de twee voornaamste steden, tussen Lahore en Amritsar. Voorafgaand aan de onafhankelijkheid bestond Lahore's bevolking uit 1.2 miljoen zielen, waaronder 500.000 Hindoes, en 100.000 Sikhs, toen de rust eenmaal was weergekeerd bleek dat Hindoes en Sikhs hier in totaal nog maar een groep van 100.000 personen vormden.
Het was de grootste exodus in de menselijke geschiedenis die hier van oost naar west en vice versa door de Punjab plaats vond. Treinladingen met westwaarts vluchtende Moslims werden tegengehouden, en werden afgeslacht door Hindoe en Sikh bendes. Hindoes en Sikhs die de andere kant op vluchtten ondergingen hetzelfde lot. De legermacht die gezonden was om de orde te handhaven bleek totaal inadequaat te zijn, en was vaak maar al te willig om zich aan te sluiten bij de bloedvergietende partizanen Toen men na deze massale exodus de balans opmaakte bleek dat 10 miljoen mensen hier van zijde verwisseld waren, de meest bescheiden schattingen gingen er vanuit dat een kwart miljoen mensen hun leven hadden verloren, maar dit kunnen er ook een half miljoen geweest zijn.
Een bijkomend aantal van een miljoen personen veranderde van zijde in Bengalen, dit waren voornamelijk Hindoes, er waren maar weinig Moslims die van West Bengalen naar Oost Pakistan emigreerden.
De verdeling van de Punjab vormde niet de enige reden voor het oproer. Gedurende de Britse periode waren er in India veel `prinselijke staten' intact gebleven, de opgave om deze in een onafhankelijk India en Pakistan in te lichamen bleek zeer moeilijk uitvoerbaar. Garanties voor een bepaalde mate van onafhankelijkheid deden velen er toe besluiten om op te gaan in de nieuwe staten, maar ten tijde van de onafhankelijkheid waren er nog steeds drie probleemgebieden.
Een ervan was Kashmir, de Moslims waren hier predominante, maar er was een Hindoe Maharaja aan de macht. In oktober had deze Maharaja nog steeds geen keuze gemaakt voor India of voor Pakistan, vervolgens viel vanuit Pakistan een Pathan leger het land binnen zij koersten richting Srinigar met de bedoeling om Kashmir te annexeren zonder hiermee een India-Pakistan conflict te creëren. De reden voor de Pathans om deel te nemen aan deze invasie was echter dat ze een deel in de buit beloofd was, en op de weg naar India plunderden ze zoveel dat India voldoende tijd had om troepen naar Srinigar te zenden en de inname van deze stad zodoende te voorkomen. De besluiteloze Maharaja opteerde uiteindelijk voor India, en na een korte oorlog tussen India en Pakistan werden er uiteindelijk troepen van de Verenigde Naties gelegerd. Deze zijn er tot op de dag van vandaag, en de kwestie Kashmir vormt nog steeds het belangrijkste geschilpunt tussen de beide landen. Met haar overweldigende Moslim meerderheid, en haar geografische banden met Pakistan, zijn veel mensen geneigd om de claims die Pakistan op de regio heeft te erkennen. India heeft ooit een volksstemming over deze kwestie beloofd, maar zij is tot nu aan toe deze belofte niet nagekomen. Tegenwoordig worden India en Pakistan nog steeds in dit gebied van elkaar gescheiden door een demarcatie lijn, en aan geen van beide zijden bestaat enige overeenstemming over de locatie van de officiële grenslijn.
Gedurende de laatste fase van de onafhankelijkheid zou er nog een grote tragedie plaats vinden. Op 30 januari 1948 werd Gandhi, die diep teleurgesteld was door de deling en het daarop volgende bloedvergieten, door een Moslim fanaticus vermoord.
