VNC Asia Travel

DELHI

Delhi is het grootste deel van zijn lange geschiedenis bestuurscentrum van Indiase rijken geweest en is de huidige hoofdstad van India. De metropool telt ruim 12 miljoen inwoners en is het verkeersknooppunt voor Noord-India.
Voor velen is Delhi de eerste kennismaking met India. Verspreid door de stad zijn nog steeds vele bouwwerken te vinden die herinneren aan de vroegere heersers. In de kronkelige straatjes gonst het van de bedrijvigheid. Het is zeker de moeite waard om eens over de bazaar te lopen, waar het soms lijkt of de tijd heeft stilgestaan.
Oud Delhi

Oud Delhi

Oud Delhi was tussen de 12e en 19e eeuw min of meer onafgebroken de hoofdstad van Moslim India. Het huidige Delhi is een ommuurde stad met stadspoorten, nauwe stegen, het beroemde enorme Rode Fort en de Jami Masjid van Shah Jahan, tempels, moskeeën, bazaars en de beroemde marktstraat die bekend staat als Chandni Chowk.

Shahjahanabad

De oude stad Shahjahanabad ligt ten westen van het Rode Fort en was eens omringd door een stevige verdedigingsmuur waarvan nu nog slechts kleine delen bestaan.
De Kashmiri Poort, aan de noordkant van de ommuurde stad, was het schouwtoneel van verwoede gevechten toen de Engelsen Delhi weer innamen in 1857, tijdens de `Mutiny', de grote Indiase opstand tegen hun bestuur. Ten westen van de Kashmiri Poort, vlakbij Sabzi Mandi, staat het door de Engelsen opgerichte Mutiny Gedenkteken voor de soldaten die tijdens deze opstand hun leven verloren. Vlakbij het monument staat een Ashoka Pilaar.
De hoofdstraat van Oud Delhi is de kleurrijke winkelbazaar Chandni Chowk. Deze straat is dag en nacht zeer druk en vormt een scherp contrast met de open, ruime straten van Nieuw Delhi. De westelijke kant van Chandni Chowk wordt gemarkeerd door de Fatehpuri Moskee die in 1650 is opgericht door een van de vrouwen van Shah Jahan.

Rode Fort

Rode Fort

Het Rode Fort van Delhi is niet zo mooi als het Rode Fort van Agra, maar het is zeker een indrukwekkend bouwwerk. Het beroemde Rode Fort heeft muren van rood zandsteen die meer dan 30 meter hoog zijn. De muren strekken zich uit over een afstand van 2 km en zijn aan de kant van de rivier 18 meter hoog en aan de stadszijde 33 meter.
Shah Jahan begon de bouw van het massieve fort in 1638 en het werd tien jaar later voltooid. Hij verplaatste zijn hoofdstad nooit volledig van Agra naar zijn nieuwe stad Shahjahanabad (Delhi), omdat zijn zoon Aurangzeb hem afzette en hem in het Agra Fort gevangen zette. Het Rode Fort dateert uit de periode dat de macht van de Moghuls op zijn absolute hoogtepunt was. Aurangzeb was echter de eerste en laatste grote Moghul keizer die hier zou heersen.
Tegenwoordig heerst in het fort een aangename rust, vooral vergeleken met de hectische straten van Oud Delhi. Het fort was tot voor enkele jaren geleden niet toegankelijk, want een militaire post. Nu het open is trekt het ook veel Indiase bezoekers die het nu wel eens van binnen willen zien.
Via een imposante dubbele poort kom je binnen. De Lahore Poort, de hoofdpoort tot het fort, dankt zijn naam aan het feit dat het in de richting van Lahore, nu in Pakistan, uitkijkt.
Daarna volgt een lange gang met winkeltjes, dit was de Meena Bazaar; daar deden vroeger de vrouwen van de keizerlijke huishouding hun inkopen en toen waren er alleen vrouwelijke kooplui. De winkelarcade leidt naar de Naubat Khana, een open binnenplaats waar vroeger musici optraden. Binnen ziet u eerst nog de verblijven van het Indiase leger; dat bedongen heeft dat er een museum van wordt gemaakt.
Verderop komt u via een grote open ruimte bij de eigenlijke paleisgebouwen. Aan de rechterkant zijn de verblijven van de vrouwen. In het midden zijn de ontvangstzalen. De gebouwen worden doorsneden door waterkanaaltjes, dat diende om wat koelte te brengen.
In de Zaal van de Openbare Audiënties ontving de keizer klachten of geschillen van zijn onderdanen. Zijn alkoof in de muur was met marmer bedekt, waar kostbare stenen in verwerkt waren. Veel ervan werd echter gedurende de `Mutiny' geplunderd, onder Lord Curzon werd deze elegante hal vervolgens weer gerestaureerd.
De Zaal van de Besloten Audiënties is de kamer waar de keizer besloten vergaderingen kon houden. Pronkstuk van de zaal was de prachtige Pauwentroon, die door Nadir Shah in 1739 naar Perzië werd meegenomen (en nu in Teheran is te zien). In 1760 verwijderden de Marathas ook het zilveren plafond uit de zaal, zodat het vandaag de dag nog slechts een bleke afschaduwing vormt van de vroegere glorie.
De Rang Mahal ofwel het `beschilderd paleis' dankt zijn naam aan het beschilderde interieur dat nu weggevaagd is. De Khas Mahal was het particuliere paleis van de keizer, verdeeld in kamers voor gebed, slapen en wonen. Er is een klein Archeologisch Museum in de Mumtaz Mahal. Op het terrein is ook de familiemoskee van de keizer.

tijdelijk

Jama Masjid (Vrijdagmoskee)

De Delhi Poort naar het zuiden van het fort leidt naar de Jama Masjid. Deze Vrijdagmoskee is de grootste moskee van India waar op de binnenplaats meer dan 25.000 gelovigen tegelijkertijd kunnen komen bidden. Hij is gebouwd in 1650 op een rotsig heuveltje, de Juajapahar. In vergelijking met de hindoeïstische tempels is de moskee sober, maar tegelijk in architectuur harmonieus en qua sfeer sereen. De ommuring en de bijgebouwen zijn van rode zandsteen, maar de centrale gebedsruimte wordt bekroond door drie witmarmeren koepels met aan weerszijden minaretten. De moskee is alleen buiten de gebedsuren toegankelijk.

Humayun Tombe

Humayun’s Tombe

Humayun’s Tombe is in het midden van de 16de eeuw gebouwd door Hajie Begum, de vrouw van Humayun, de tweede Moghul keizer, en het is een voorbeeld van vroege Moghul architectuur. De elementen in haar ontwerp; een plomp gebouw, verlicht door hoge bogen als entree, met aan de top een koepelvormige dom, en omringd door formele tuinen, werden na een lange periode in de architectuur van de Taj Mahal nog verder verfijnd. Deze vroege tombe is dus van groot architectonisch belang in relatie met de latere Taj Mahal in Agra. Humayun's vrouw is ook begraven in een uit rode en witte zandsteen en zwart en geel marmer vervaardigde tombe.

Nieuw Delhi

Oud Delhi staat in schril contrast met het ruim opgezette stadsdeel Nieuw Delhi, dat de Britten eind vorige eeuw bouwden. Het moest de nieuwe hoofdstad worden van het Britse Imperium in Azië. In korte tijd werden vele overheids- en regeringsgebouwen neergezet die de stad een vorstelijke aanblik gaven.
Het centrum van Nieuw Delhi wordt gevormd door het grote ronde Connaught Place en de straten die daarop uitkomen. New Delhi is een geplande stad met brede, met bomen omzoomde straten, parken en fonteinen. Het kan verder onderverdeeld worden in de zakenwijken en woonwijken rond Connaught Place en de bestuursgebieden rond Raj Path naar het zuiden. Aan het ene einde van Raj Path is de India Poort en aan het andere het Indiase Parlementsgebouw.
Ten zuiden van het bestuursgebied van New Delhi liggen de duurdere woonwijken met namen als Defence Colony, Lodi Colony of Friend's Colony.

Raj Ghat

Raj Ghat

Aan de oevers van de Yamuna rivier markeert een eenvoudig vierkant platform van zwart marmer de plek waar Mahatma Gandhi is gecremeerd na zijn moord in 1948. Dit park wordt de Raj Ghat genoemd.

India Gate

De 42 meter hoge poort is gebouwd ter herinnering aan de 70.000 Indiase soldaten die sneuvelden in de Eerste Wereldoorlog.

Indiase Parlement

Het Indiase Parlementsgebouw staat aan het uiteinde van Sansad Marg, Parliament Street, direct ten noorden van de Raj Path. Het is een van de sleutelelementen in het ontwerp van New Delhi. Een rechte lijn getrokken van het parlementsgebouw, langs Parliament Street, gaat door het centrum van Connaught Place en loopt dan naar de Jama Masjid.

Qutab Minar

Qutab Minar

Ongeveer 15 km ten zuiden van New Delhi staat het Qutab Minar-complex, dat uit de beginperiode van de Moslim heerschappij over India dateert. Het is een fraai voorbeeld van vroege Afghaanse architectuur.
De Qutab Minar zelf is een overwinningstoren die in 1193 is opgericht, direkt na de nederlaag van het laatste Hindu koninkrijk in Delhi. De toren is 73 meter hoog en loopt taps toe van 15 meter diameter op de grond tot 2,5 meter aan de top. De toren heeft vijf verdiepingen die elk gemarkeerd worden door een balkon. Tegenwoordig helt deze sierlijke toren een beetje, verder heeft ze de eeuwen echter opmerkelijk goed doorstaan.
Aan de voet van de Qutab Minar staat de eerste moskee van India, de `Macht van de Islam Moskee'. Qutab-ud-din is in 1193 met de bouw van de moskee begonnen, maar er is door de eeuwen heen het nodige aan toegevoegd. De oorspronkelijke moskee is gebouwd op de funderingen van een Hindu tempel.
Bij de moskee treft u de IJzeren Pilaar aan. Deze zeven meter hoge pilaar staat in de binnenplaats van de moskee, en was daar al voordat men met de constructie van de moskee begon.
De toegangspoort Ala-ud-din's Alai Darwaza is de voornaamste entree tot het gehele complex. De poort is in 1310 gebouwd van rode zandsteen en staat net ten zuiden van de Qutab Minar.
De tombe van Imam Zamin staat naast de toegangspoort, terwijl de tombe van Altamish, die in 1235 stierf, bij de noord-westelijke hoek van de moskee ligt.

Nationaal Museum

Het Nationaal Museum ligt aan de Janpath, net ten zuiden van Raj Path, en heeft een goede collectie van Indiaas brons, terracotta, en houtsculpturen die terug gaan tot de Mauryan periode (2e en 3e eeuw v.Chr.), tentoonstellingen over de Vijayanagar periode in zuid India, miniaturen en muurschilderingen en kostuums van de diverse stammen.